Per 1 juli 2018 is een nieuwe cao voor de parfurmeriebranche van kracht, de cao Retail non-food (voorheen de cao Fashion, Sport & Lifestyle). De nieuwe afspraken zijn verwerkt in een complete cao-tekst (hieronder te downloaden).

Vakbonden CNV Vakmensen, de Unie en AVV bereikten eind juni een onderhandelingsresultaat met werkgeversorganisaties INretail, FGZ (juweliersbranche), Bodepa (parfumeriebranche), Tuinbranche Nederland en VGT (grootwinkelbedrijven). Dit resultaat is omgezet naar een definitief cao-akkoord.

Lange looptijd
De cao Retail non-food geldt vanaf 1 juli 2018 en heeft een looptijd tot en met 31 december 2020. Naar verwachting bedraagt de loonstijging rond 5% over de looptijd van de cao. Het loonstijgingspercentage en de vijf afgesproken loonstijgingsmomenten zijn telkens gekoppeld aan de stijging van wettelijk minimumloon en daarmee indirect aan de gemiddelde loonstijging in Nederland.

Opleidingspotje
Naast de loonstijging bevat de cao belangrijke vernieuwing in de vorm van een individueel opleidingspotje met ingang van 1 januari 2020. Hierin storten werkgevers €150 per jaar voor elke werknemer die aan de gestelde voorwaarden voldoet. De voorwaarden gaan met name over de grootte van het dienstverband (tenminste 16 uur per week) en de periode in dienst (tenminste een jaar op peildatum).

Vernieuwend
Een ander vernieuwend aspect betreft de duurzame inzetbaarheid: medewerkers die 10 jaar voor de AOW-datum zitten en een dienstverband hebben van tenminste 80% kunnen opteren voor de zogenaamde 80-85-100 regeling: ze gaan dan 80% van hun contracturen werken tegen 85% salaris en 100% pensioenopbouw (van het oorspronkelijke contract).

Klik hier voor de complete cao-tekst

Klik hier voor de tekst van het onderhandelaarsresultaat

Klik hier voor het nieuwe loongebouw per 1 juli 2019


Veelgestelde vraag:

Wat is bovenschalig?

Volgens het onderhandelaarsresultaat dat onlangs werd bereikt worden de lonen van alle huidige medewerkers per 1 juli 2018 verhoogd met 1,03%, behalve de lonen van medewerkers die meer verdienen dan het maximum van hun loonschaal (dat is het bedrag in de laatste trede van het groene deel van de loonschaal). Deze medewerkers noemen we bovenschalig.

Om te bepalen of iemand bovenschalig is en dus geen recht heeft op de loonsverhoging per 1 juli 2018 kijk je (in dit geval) niet naar het maximum van de oude loonschaal zoals die gold t/m 30 juni 2018 maar naar het maximum van deze oude schaal nadat die is verhoogd met 1,03%.

Wanneer een dergelijk onderscheid wordt gemaakt tussen werknemers die wel en werknemers die geen recht hebben een loonsverhoging noemt men dat een “harde knip”. Ter vergelijking: bij de verhoging per 1 januari 2018 was sprake van een “zachte knip”: in dat geval kregen de bovenschalige medewerkers wel een verhoging maar alleen voor het deel van hun loon dat niet boven het maximum van hun loonschaal uitkwam.

Bij een harde knip is er geen recht op verhoging boven het maximum van de loonschaal. Bijvoorbeeld: schaal B kende tot 1 juli 2018 een maximum van 10,61 en per 1 juli 2018 en nieuw maximum van 10,72. Dus iemand in die schaal die tot 1 juli 2018 een uurloon van 10,70 verdiende heeft per 1 juli 2018 recht op een verhoging tot het nieuwe maximum van de loonschaal. De verhoging is dan dus niet 1,03% maar wordt “afgetopt” op het nieuwe maximum van de loonschaal.

Let op: in het onderhandelaarsresultaat staan ook afspraken over de lonen van bovenschalige medewerkers (twee keer een eenmalige uitkering).